ECLI:NL:GHAMS:2011:BP5333
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navordering douanerechten wegens niet-toepassen preferentieel tarief op goederen uit Israëlische nederzetting
Belanghebbende, een handelsonderneming in groente en fruit, heeft in 2007 en 2008 douaneaangiften gedaan voor goederen uit Israël, waarbij zij preferentiële tarieven claimde op basis van oorsprongsbewijzen die Tomer (ZIP 90680) als productielocatie vermeldden. Tomer ligt op de Westelijke Jordaanoever, een gebied dat sinds 1967 onder Israëlisch bestuur staat maar door de EU niet als Israëlisch grondgebied wordt erkend voor preferentiële behandeling.
De inspecteur startte een controle na invoer en legde een navordering op van €32.128,77 wegens onterecht verleende preferenties. De rechtbank had de navordering verminderd, maar het hof bevestigt dat noch de Israëlische autoriteiten noch de Nederlandse douane zich hebben vergist. De EU heeft importeurs geïnformeerd dat goederen uit nederzettingen geen preferentie krijgen en dat op oorsprongsbewijzen de productieplaats moet worden vermeld.
Belanghebbende kon geen beroep doen op goede trouw omdat zij op de hoogte was van de Europese Commissie berichten en het op haar weg lag om te controleren of Tomer binnen de bezette gebieden lag. Het arrest van de Hoge Raad van 2009 over herhaalde aangiften is niet van toepassing omdat er geen langdurige, repeterende stroom van aangiften was. Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navordering van douanerechten wordt bevestigd.