ECLI:NL:GHAMS:2011:BP5589
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- C.A. Joustra
- J.C.W. Rang
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en gedeeltelijke uitbetaling deskundigenvoorschot na bezwaar over declaratie
In deze civiele procedure in hoger beroep stond de discussie centraal over de hoogte en rechtmatigheid van de einddeclaratie van een door het hof benoemde deskundige. Na het indienen van het deskundigenbericht en de eindnota ontstond onenigheid over de uitbetaling van het voorschot aan de deskundige.
[Appellant] maakte bezwaar tegen de declaratie, stellende dat de deskundige de vragen niet naar behoren had beantwoord en dat de werkzaamheden deels in strijd met de Leidraad waren uitbesteed aan een medewerker, waardoor vergoeding daarvan niet gerechtvaardigd zou zijn. Tevens vond hij de nota bovenmatig en onvoldoende gespecificeerd. [Geïntimeerde] betoogde dat de bezwaren te laat waren ingediend en inhoudelijk van aard, en verzocht deze buiten beschouwing te laten.
Het hof oordeelde dat de bezwaren niet te laat waren en dat, ook indien gegrond, deze niet rechtvaardigen dat de deskundige geheel niet wordt betaald. Wel reserveerde het hof een bedrag van € 1.250,- inclusief BTW, omdat nog niet kon worden uitgesloten dat nadere vragen nodig zouden zijn. De keuze van de deskundige om werkzaamheden uit te besteden aan een medewerker werd als acceptabel en gebruikelijk beoordeeld, en de kosten daarvoor komen voor vergoeding in aanmerking. De specificatie van de werkzaamheden werd voldoende geacht en de einddeclaratie niet bovenmatig.
Het hof bepaalde dat € 2.701,99 aan de deskundige wordt uitbetaald en het restant van € 1.250,- wordt gereserveerd totdat na inhoudelijke beoordeling van het deskundigenbericht een beslissing kan worden genomen.
Uitkomst: Het hof betaalde een deel van het voorschot uit en reserveerde een bedrag voor mogelijke nadere vragen.