ECLI:NL:GHAMS:2011:BP7292
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens wanbetaling en geluidsoverlast niet gegrond
In deze zaak stond de ontbinding van een huurovereenkomst van een bedrijfsruimte centraal. De huurder (RFD) klaagde over geluidsoverlast van de bovenburen, het ontbreken van gescheiden nutsvoorzieningen en een lekkage die de kantoorruimte tijdelijk onbruikbaar maakte. De kantonrechter had de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden wegens toerekenbare tekortkomingen van de huurder.
Het hof oordeelde dat geluidsoverlast en de problemen met nutsvoorzieningen geen gebreken zijn die opschorting van huurbetaling of ontbinding rechtvaardigen. De lekkage was het gevolg van onoordeelkundig handelen van de bovenbuurvrouw en niet van een bouwkundig gebrek. Ook de cv-ketelproblemen waren onvoldoende om wanprestatie aan te tonen.
De huurder had vanaf september 2008 geen huur meer betaald, wat het hof als wanprestatie kwalificeerde. Daarom werd de huurovereenkomst per 31 juli 2009 ontbonden en werd de huurder veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, contractuele boetes en wettelijke rente. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en wees de vorderingen van de verhuurder grotendeels toe, waarbij het hof ook de kosten van het geding aan de huurder toerekende.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden per 31 juli 2009 en de huurder wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, boetes en rente.