ECLI:NL:GHAMS:2011:BP8466
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.J. Laurentius-Kooter
- L.M. Croes
- J.J. Makkink
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt aansprakelijkheid Defam voor tekortschieten in zorgplicht bij effectenleaseovereenkomst
In deze civiele zaak staat de effectenleaseovereenkomst tussen Defam Financieringen B.V. en een particuliere belegger centraal. De belegger sloot in 1999 via een financieel adviesbureau een overeenkomst waarbij geleend geld werd belegd in aandelen, met het risico op een restschuld na afloop van de looptijd. Na afloop ontstond een restschuld die de belegger niet betaalde, waarna Defam betaling vorderde.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat Defam onrechtmatig had gehandeld door haar zorgplicht te schenden en veroordeelde Defam tot schadevergoeding, terwijl de belegger werd veroordeeld tot betaling van een deel van de restschuld. Beide partijen gingen in hoger beroep. Het hof bevestigde dat Defam een bijzondere zorgplicht had, waaronder een waarschuwingsplicht voor het risico van restschuld en een onderzoeksplicht naar de financiële draagkracht van de belegger.
Het hof oordeelde dat Defam tekort was geschoten in haar waarschuwingsplicht en onderzoeksplicht, dat er een oorzakelijk verband bestond tussen dit tekortschieten en de totstandkoming van de overeenkomst, en dat de financiële verplichtingen uit de overeenkomst een onaanvaardbaar zware last vormden voor de belegger. De vergoedingsplicht van Defam werd verminderd tot tweederde wegens eigen schuld van de belegger. Verder verwierp het hof de beroepen van dwaling, misbruik van omstandigheden en nietigheid van de overeenkomst. Het hof bepaalde de schadevergoeding en renteverplichtingen en wees de proceskosten toe.
Uitkomst: Defam is aansprakelijk voor tweederde van de schade wegens tekortschieten in zorgplicht, met vermindering wegens eigen schuld van de belegger.