ECLI:NL:GHAMS:2011:BP8974
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid belastingberoepen wegens ontbreken voor beroep vatbaar besluit
Belanghebbende stelde beroep in tegen belastingaanslagen inkomstenbelasting 2001 en motorrijtuigenbelasting 2002-2006. De rechtbank verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een voor beroep vatbaar besluit in de zin van artikel 26 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr).
In hoger beroep heeft het hof het onderzoek voortgezet, waarbij belanghebbende niet is verschenen ondanks meerdere oproepen. Het hof heeft vastgesteld dat ook in hoger beroep geen sprake is van een voor beroep vatbaar besluit door de ontvanger. De eerdere uitspraken van de rechtbank worden daarom bevestigd.
De procedure toont dat belanghebbende meent dat betalingen onjuist zijn verwerkt, maar dit vormt geen grond voor beroep omdat het geen besluit betreft dat vatbaar is voor bezwaar of beroep volgens de Awr. Het hof acht geen reden om partijen in de proceskosten te veroordelen en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; uitspraken rechtbank bevestigd wegens ontbreken voor beroep vatbaar besluit.