ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ0134
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.J.P.M. Haas
- M.J. Leijdekker
- E. van Waaijen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boeten en aanslagen inkomstenbelasting raadsledenvergoeding
Belanghebbende was raadslid en lid van het bestuur van een Stichting die fractieondersteuning verzorgde. Hij ontving naast raadswedde ook kostenvergoedingen van de Stichting, welke hij niet als belastbaar inkomen opgaf. De Belastingdienst legde daarop boeten op wegens vermeend opzet.
De rechtbank had de boeten gehandhaafd en de aanslagen vastgesteld, maar het Hof vernietigt de boeten wegens onvoldoende bewijs van opzet. Het Hof oordeelt dat de betalingen van de Stichting als loon uit (fictieve) dienstbetrekking moeten worden beschouwd, maar dat belanghebbende redelijkerwijs mocht aannemen dat het kostenvergoedingen waren.
Het Hof vermindert de aanslag WAZ 2003 en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten. De zaak betreft de fiscale kwalificatie van vergoedingen aan raadsleden en de vraag of sprake is van opzet bij het niet opnemen van deze vergoedingen in het inkomen.
Uitkomst: Boeten vernietigd wegens gebrek aan opzet en aanslag WAZ 2003 verminderd.