ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ1730
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.A. Joustra
- J.C.W. Rang
- H.J.M. Boukema
- Rechtspraak.nl
Huurbetalingsverplichting bij voortzetting huurovereenkomst ondanks ontruiming en discussie over verhuurder
In deze zaak vordert WFC betaling van huurpenningen over augustus tot en met november 2008 van RHL, vermeerderd met rente en incassokosten. RHL betwist de vordering onder meer vanwege onduidelijkheid over de verhuurder en stelt dat zij niet meer gebruik maakte van het gehuurde vanaf eind september 2008.
De kantonrechter oordeelde dat Fünfzigste de verhuurder was en WFC als haar lasthebber mocht optreden. De huurovereenkomst was verlengd tot 31 juli 2009 en de huurbetalingsverplichting bleef bestaan ondanks dat het gehuurde vanaf oktober 2008 aan een derde werd gegeven. RHL kon zich niet beroepen op onaanvaardbaarheid van de vordering wegens vermeende dubbele huur.
Het hof bevestigt deze beoordeling en oordeelt dat RHL na ontvangst van de huurovereenkomst en ontvangst van huurpenningen door Hanzevast (vertegenwoordiger van Fünfzigste) niet meer mocht twijfelen aan de verhuurder. RHL is gehouden de huur te betalen tot de einddatum, ook al maakte zij geen gebruik meer van het gehuurde. Het hof staat RHL toe tegenbewijs te leveren over de terhandstelling van de algemene voorwaarden, maar wijst verder de vordering van WFC toe, inclusief redelijke incassokosten. De vordering van RHL tot schadevergoeding wegens onrechtmatig beslag wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat RHL gehouden is tot betaling van huur tot 31 juli 2009 aan Fünfzigste via WFC, inclusief rente en incassokosten, en staat tegenbewijs toe over de terhandstelling van algemene voorwaarden.