ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ3769
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Incidentbeslissing over schorsing tenuitvoerlegging vonnis dakoverstek woning
In deze zaak gaat het om een incident in hoger beroep waarbij appellant een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis van de rechtbank Amsterdam heeft ingesteld. Dit vonnis verplicht appellant tot het verwijderen van een dakoverstek aan zijn woning en het plaatsen van een boeideel, onder dreiging van een dwangsom.
Appellant voert aan dat het vonnis niet uitvoerbaar is zolang geïntimeerden een door hen geplaatste voorlopige voorziening niet verwijderen en dat de tenuitvoerlegging in de winterperiode onaanvaardbaar is, waardoor sprake zou zijn van misbruik van executiebevoegdheid. Tevens vordert appellant opheffing of opschorting van de opgelegde dwangsommen.
Geïntimeerden verzetten zich tegen de vordering en wijzen op een reeds lopend kort geding met dezelfde strekking, waardoor volgens hen de vordering in hoger beroep niet ontvankelijk is wegens strijd met de goede procesorde. Het hof oordeelt dat eerst in het kort geding uitspraak moet worden gedaan voordat het incident in hoger beroep kan worden beoordeeld. Daarom wordt de beoordeling aangehouden en de zaak verwezen naar een rolzitting om partijen te laten informeren over de voortgang van het kort geding.
Deze beslissing voorkomt dat dezelfde vordering tweemaal wordt behandeld zonder nieuwe feiten of omstandigheden. De hoofdzaak blijft eveneens aangehouden totdat het incident is afgerond.
Uitkomst: De beoordeling van het incident wordt aangehouden in afwachting van een uitspraak in het kort geding.