ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ3978
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van opzet bij hulpeloze toestand echtgenote met fatale verwondingen
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij zijn echtgenote op 26 juli 2009 opzettelijk in een hulpeloze toestand zou hebben gebracht, waardoor zij zwaar lichamelijk letsel opliep en uiteindelijk overleed door hevig bloedverlies. Het hof nam kennis van diverse deskundigenrapporten waaruit bleek dat de verdachte leed aan cognitieve functiestoornissen en vasculaire hersenschade, waardoor hij minder dan gemiddeld in staat was situaties adequaat in te schatten en te reageren.
De politie trof het slachtoffer aan met een ernstige armwond en veel bloedverlies. De doodsoorzaak was vastgesteld als bloedverlies door een snijdend/klievend mechanisch geweld aan de linker bovenarm, waarbij het letsel mogelijk door een val in glas was ontstaan. De verdachte had pas na ongeveer 18 uur het alarmnummer gebeld.
Het hof achtte niet bewezen dat de verdachte opzettelijk zijn echtgenote in een hulpeloze toestand heeft gebracht of gelaten. De cognitieve beperkingen van de verdachte, zijn fysieke handicap en de alcoholproblematiek van het slachtoffer maakten het aannemelijk dat de verdachte niet bewust de kans heeft aanvaard dat zijn echtgenote hulp nodig had. De verklaringen van de verdachte, ondanks enkele inconsistenties, werden niet als ongeloofwaardig verworpen.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak de verdachte vrij wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van opzet of voorwaardelijk opzet. De verdachte werd niet strafrechtelijk verantwoordelijk gehouden voor het overlijden van zijn echtgenote.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van opzet bij het in hulpeloze toestand laten van zijn echtgenote.