ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ4023
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Wederpartij mocht onderhandelingen slechts afbreken onder vergoeding van gemaakte kosten bedrijfskleding
In deze civiele zaak stond centraal of Westerveld terecht de onderhandelingen met Oosterbeek had afgebroken zonder vergoeding van gemaakte kosten. Oosterbeek had kosten gemaakt voor het vervaardigen van monsters bedrijfskleding, noodzakelijk door de wens van Westerveld om de definitieve kleuren te zien onder grote tijdsdruk.
Het hof oordeelde dat Westerveld de onderhandelingen niet zonder vergoeding mocht afbreken, omdat de reden hiervoor niet lag in het handelen of nalaten van Oosterbeek, maar in een beleidswijziging binnen Westerveld. De netto kosten voor de monsters, minus een vergoeding voor stof die Oosterbeek had aangeboden, bedroegen €26.736,40.
Een winsttoeslag van 7,25% werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs van redelijke kosten. Ook het beroep van Westerveld op matiging van de schadevergoeding op grond van redelijkheid en billijkheid werd verworpen. Westerveld werd veroordeeld tot betaling van de genoemde kosten en de proceskosten in hoger beroep.
Het arrest vernietigde het eerdere vonnis voor zover de vordering van Oosterbeek tot €34.792,63 was toegewezen en stelde de vergoeding vast op €26.736,40. De wettelijke rente werd toegewezen vanaf 15 november 2006, maar de handelsrente werd afgewezen omdat geen handelsovereenkomst was gesloten.
Het arrest werd uitgesproken door het hof Amsterdam op 1 februari 2011.
Uitkomst: Westerveld is veroordeeld tot betaling van €26.736,40 aan Oosterbeek wegens gemaakte kosten na het afbreken van onderhandelingen.