ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ5705
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over onterecht ontslag op staande voet wegens niet-naleving gedragsregels arbeidsongeschiktheid
De werknemer, sinds 2001 in dienst bij ABN AMRO, werd op 12 juni 2006 op staande voet ontslagen wegens het niet doorgeven van haar verpleegadres tijdens ziekte en het niet bereikbaar zijn voor controle door de arbodienst. ABN AMRO stelde dat het ontslag rechtsgeldig was en vorderde terugbetaling van reeds betaalde loonbedragen.
De kantonrechter had het ontslag bevestigd en de loonvordering van de werknemer afgewezen. In hoger beroep stelde de werknemer dat het ontslag niet rechtsgeldig was omdat zij wel bereikbaar was via telefoon en e-mail, en dat zij psychische klachten had die haar verhinderden een gesprek met de werkgever aan te gaan. Het hof oordeelde dat ABN AMRO onvoldoende had gedaan om de gezondheidsklachten te laten beoordelen en dat de dringende reden voor ontslag niet vaststond.
Het hof vernietigde het bestreden vonnis, wees de vordering van ABN AMRO af en verklaarde het ontslag niet rechtsgeldig. Tevens werd ABN AMRO veroordeeld tot betaling van het loon over de periode 12 juni tot 1 november 2006, inclusief wettelijke rente, verhoging en incassokosten, alsmede aanvullende loonbetalingen over de periode 1 tot 11 juni 2006. ABN AMRO werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt nietig verklaard en ABN AMRO wordt veroordeeld tot betaling van loon en kosten.