ECLI:NL:GHAMS:2011:BR1356
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.E. Kostense
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkstelling gewezen bestuurder voor naheffingsaanslag omzetbelasting en boete
Belanghebbende was bestuurder van een BV die een relaxbedrijf exploiteerde en werd aansprakelijk gesteld voor een naheffingsaanslag omzetbelasting, heffingsrente, invorderingsrente en een boete. De naheffingsaanslag betrof de periode 1995 tot 1998, waarbij de BV geen omzetbelasting afdroeg over bedragen betaald door cliënten aan prostituees. De rechtbank had de aansprakelijkstelling aanzienlijk verminderd, maar het Hof vernietigde deze uitspraak deels en stelde de aansprakelijkstelling vast op circa €29.329.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende terecht aansprakelijk is gesteld voor de enkelvoudige belasting en boete, omdat de BV vanaf 1 mei 1997 willens en wetens te weinig omzetbelasting heeft betaald zonder gerechtvaardigd vertrouwen. De melding van betalingsonmacht kon in de naheffingsfase niet meer worden gedaan vanwege verwijtbare handelwijze in de afdrachtfase. De invorderingsrente werd toegewezen tot de datum van ontslag als bestuurder, 1 september 2000.
Verder stelde het Hof vast dat de behandeling van het hoger beroep ruim drie jaar duurde, waardoor de redelijke termijn werd overschreden en de boete met 15% werd verminderd. De ontvanger werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: De gewezen bestuurder is aansprakelijk gesteld voor naheffingsaanslag, boete en rente tot ontslagdatum, met vermindering van boete wegens termijnoverschrijding.