ECLI:NL:GHAMS:2011:BR2103
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens dringend eigen gebruik door gesubsidieerde exploitante
De Stichting IJskomplex Jaap Eden, als huurder van een bedrijfsruimte, werd geconfronteerd met opzegging van de huurovereenkomst door de verhuurder, een door de overheid gesubsidieerde exploitante van een ijsbaan. Deze exploitante wenste de horeca die bij de ijsbaan hoorde zelf te exploiteren om meer eigen inkomsten te genereren, wat werd aangemerkt als een voldoende dringend eigen gebruik.
Het hof oordeelde op 5 juli 2011 dat de vordering van de Stichting tot beëindiging van de huurovereenkomst toewijsbaar was. Vervolgens werd de zaak verwezen voor een aktewisseling over de tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten.
Na het arrest verzochten de geïntimeerden het hof om toepassing van artikel 401a lid 2 Rv en om te bepalen dat tegen het arrest onmiddellijk cassatieberoep kon worden ingesteld. Het hof wees dit verzoek niet af en stelde dat het proceseconomisch was om eerst in cassatie over de beëindiging te oordelen voordat over de tegemoetkoming werd voortgeprocedeerd.
Het belang van de Stichting om het gehuurde bij het nieuwe schaatsseizoen te kunnen gebruiken woog niet op tegen deze beslissing, mede omdat ontruiming op korte termijn onwaarschijnlijk was gezien de nog te verrichten aktewisseling.
Het arrest werd op 19 juli 2011 door het hof Amsterdam gewezen en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof bepaalde dat cassatieberoep tegen het arrest van 5 juli 2011 mogelijk is voordat de einduitspraak in de hoofdzaak is gedaan.