ECLI:NL:GHAMS:2011:BR2410
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering vergrijpboete wegens onjuiste aangifte inkomstenbelasting 2005
Belanghebbende deed in 2006 aangifte inkomstenbelasting over 2005, waarna een tweede onjuiste aangifte met verzonnen gegevens werd ingediend met gebruikmaking van haar persoonsgegevens en pincode. De inspecteur legde een vergrijpboete van €1.000 op wegens opzettelijk onjuiste aangifte. Belanghebbende betwistte het verwijt van opzet en stelde dat mogelijk sprake was van identiteitsfraude.
Het Hof acht identiteitsfraude niet aannemelijk omdat het voordeel van de onjuiste aangifte bij belanghebbende terechtkwam. Ook het uitblijven van reactie op de teruggaaf en storting van €3.002 op haar rekening duidt volgens het Hof op bewustzijn of medewerking aan de onjuiste aangifte. Hierdoor is sprake van opzet of voorwaardelijk opzet.
Hoewel de boete passend is, acht het Hof de persoonlijke omstandigheden van belanghebbende – alleenstaande met drie kinderen en beperkt besteedbaar inkomen – reden om de boete te verminderen tot €250. Het Hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en de boetebeschikking van de inspecteur en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De vergrijpboete wordt verminderd van €1.000 naar €250 wegens persoonlijke omstandigheden van belanghebbende.