ECLI:NL:GHAMS:2011:BR2582
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C. Uriot
- D.J. van der Kwaak
- R.M. Beltzer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over schending geheimhoudingsplicht en aansprakelijkheid werknemer als klokkenluider
In deze civiele zaak stond centraal of [Appellant], werknemer bij Theodoor Gilissen Bankiers N.V. (TGB), terecht werd veroordeeld voor schending van zijn contractuele geheimhoudingsplicht door vertrouwelijke informatie aan een klant, [D], te verstrekken.
De werknemer stelde dat hij als klokkenluider handelde en bescherming verdiende omdat hij een misstand bij TGB aan de kaak stelde. Het hof oordeelde echter dat geen sprake was van een zwaarwegend publiek belang, maar slechts het belang van de klant [D], waardoor de geheimhoudingsplicht niet mocht worden geschonden. Bovendien had de werknemer niet eerst intern melding gemaakt van de misstand.
Verder werd onderzocht of de werknemer aansprakelijk was voor de door TGB geleden schade. Het hof concludeerde dat TGB onvoldoende feiten had gesteld waaruit opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer bleek, en dat er geen causaal verband was tussen de gedragingen van de werknemer en de schade.
Ook het beroep van de werknemer dat hij op staande voet ontslag had genomen wegens dringende reden werd verworpen, evenals zijn aanspraak op een retentiebonus en schadevergoeding wegens aantasting van zijn eer en goede naam.
Het hof vernietigde het vonnis voor zover schadevergoeding en proceskosten waren toegewezen, wees de schadevergoeding af, compenseerde de kosten en bekrachtigde het vonnis voor het overige.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de werknemer zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden zonder rechtvaardiging, wijst de schadevergoeding af wegens gebrek aan opzet of bewuste roekeloosheid en bekrachtigt het vonnis voor het overige.