ECLI:NL:GHAMS:2011:BR4680
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.F. Faase
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Verlies uit verkoop aandelen niet als negatief resultaat uit overige werkzaamheden maar als inkomen uit sparen en beleggen
Belanghebbende, voormalig werknemer en aandeelhouder, verkocht in 2003 46 aandelen van [B BV] aan [C Holding BV] met een aanzienlijk verlies. Het geschil betrof de fiscale kwalificatie van dit verlies: of het als negatief resultaat uit overige werkzaamheden (box I) dan wel als verlies in box III (sparen en beleggen) moest worden behandeld.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en het Hof toetste de rangorderegeling van artikel 2.14 Wet inkomstenbelasting 2001. Belanghebbende stelde dat het verlies als negatief resultaat uit overige werkzaamheden moest worden aangemerkt vanwege zijn bijzondere relatie met de vennootschap en zijn deskundigheid, terwijl de inspecteur betoogde dat de aandelen een belegging vormden en het verlies in box III moest worden verwerkt.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een zodanige invloed had op de vennootschap dat het aandelenbezit meer inhield dan normaal vermogensbeheer. Ook de verplichting tot terugverkoop van de aandelen bij beëindiging van het dienstverband deed hieraan niet af. Bovendien had belanghebbende de aandelen in 2001 en 2002 al in box III aangegeven, waardoor hij niet vrij was deze in 2003 alsnog anders te kwalificeren.
Daarom werd het verlies uit de verkoop van de aandelen in 2003 terecht bij het resultaat uit sparen en beleggen betrokken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat het verlies uit de verkoop van aandelen moet worden meegenomen bij het resultaat uit sparen en beleggen en verklaart het hoger beroep ongegrond.