ECLI:NL:GHAMS:2011:BR4815
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- L.A.J. Dun
- F.W.J. den Ottolander
- C.N. Dalebout
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens bezit cocaïne en vals paspoort ondanks uitzetting vreemdeling
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 16 gram cocaïne, illegaal verblijf als ongewenst vreemdeling, het bezit van een vals Frans paspoort en het witwassen van 260 euro. Hij was op 21 juni 2011 uitgezet terwijl de strafvervolging nog niet onherroepelijk was beslist.
Het hof verwierp het verweer dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege de uitzetting. Het recht van de verdachte om in persoon aanwezig te zijn bij de behandeling is niet absoluut en moet worden afgewogen tegen het algemeen belang en de voortgang van de rechtspleging. De verdachte had geen contact gezocht met autoriteiten of zijn raadsman om zijn aanwezigheid te waarborgen.
Het hof verwierp ook het verweer dat de verdachte niet de juiste persoon was en dat slechts een deel van de cocaïne aan hem toebehoorde. Op basis van de feiten, waaronder de vondst van bolletjes cocaïne op de plaats van aanhouding en het gebruik van een vals paspoort, achtte het hof de verdachte wettig en overtuigend schuldig.
De politierechter had de verdachte veroordeeld tot 7 maanden gevangenisstraf, welke straf het hof bekrachtigde. De verdachte werd vrijgesproken van het witwassen van 260 euro. Tevens werd het in beslag genomen geldbedrag teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 7 maanden gevangenisstraf voor bezit cocaïne, illegaal verblijf en vals paspoort ondanks uitzetting.