ECLI:NL:GHARN:2010:BM0293
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens schending aanwezigheidsrecht verdachte door uitzetting
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld wegens openlijk geweld en stelde tijdig hoger beroep in. Tijdens de procedure in hoger beroep werd de verdachte op 5 maart 2010 uitgezet naar Congo, waardoor hij zijn recht om persoonlijk aanwezig te zijn bij de terechtzitting op 12 maart 2010 niet kon uitoefenen. De raadsman was wel gemachtigd, maar dit compenseerde volgens het hof de inbreuk op het aanwezigheidsrecht niet.
Het hof stelde vast dat de overheid de verdachte niet in de gelegenheid had gesteld zijn aanwezigheidsrecht te realiseren, terwijl de verdachte ook geen afstand had gedaan van dit recht. De uitzetting vond plaats zonder dat het openbaar ministerie bezwaar maakte, wat in strijd was met artikel 6 EVRM Pro en de Vreemdelingencirculaire. De verdediging voerde daarom niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie aan.
Het hof oordeelde dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden omdat de schending van het aanwezigheidsrecht niet gecompenseerd kon worden door de raadsman en er geen uitzicht was op een aanvaardbare termijn waarop de verdachte alsnog aanwezig kon zijn. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het openbaar ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens schending van het aanwezigheidsrecht van de verdachte door diens uitzetting.