ECLI:NL:GHAMS:2011:BR5239
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verschoonbaarheid termijnoverschrijding bij bezwaar tegen aansprakelijkstelling belasting
Belanghebbende, bestuurder van een vennootschap onder firma, werd aansprakelijk gesteld voor onbetaalde naheffingsaanslagen loonheffingen en omzetbelasting over diverse tijdvakken. Hij diende een bezwaarschrift in, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het Gerechtshof Amsterdam bevestigde deze uitspraak. Belanghebbende voerde in hoger beroep aan dat zijn slechte psychische gesteldheid na ontvangst van de beschikking hem verhinderde tijdig bezwaar te maken, maar dit werd niet aannemelijk geacht.
Het hof overwoog dat de wettelijke termijn van zes weken voor het indienen van een bezwaarschrift strikt geldt en dat er geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Ook een vermeende mededeling van een medewerker van de Belastingdienst dat bezwaar zinloos zou zijn, werd niet aannemelijk geacht en zou de termijnoverschrijding niet rechtvaardigen.
Het hof bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard en wees het beroep ongegrond. Er werden geen kosten aan de wederpartij opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 14 juli 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.