ECLI:NL:GHAMS:2011:BR6268
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.J. Leijdekker
- F.J.P.M. Haas
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over woonplaats en eigenwoningregeling in inkomstenbelasting 2005
Belanghebbende was eigenaar van een woning in Nederland en stelde primair dat zij in Nederland woonde, waardoor de woning als eigen woning in de inkomstenbelasting 2005 moest worden aangemerkt. Subsidiair stelde zij dat zij buitenlands belastingplichtige was met Nederlands inkomen en aanspraak maakte op heffingsvrij vermogen en algemene heffingskorting.
Het Hof beoordeelde de woonplaats aan de hand van alle omstandigheden en concludeerde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij in Nederland woonde. Hoewel zij een woning, bankrekeningen en een auto in Nederland had, en regelmatig in Nederland verbleef, was zij in het buitenland in dienst bij haar onderneming, had zij daar een huurwoning en was haar feitelijk woonadres bij de Belastingdienst in het buitenland geregistreerd.
De woning werd daarom niet als eigen woning aangemerkt, maar als een bezitting in box 3. Het Hof stelde vast dat de inspecteur de rendementsgrondslag correct had vastgesteld, maar dat belanghebbende recht had op een heffingsvrij vermogen van € 19.522 en het belastingdeel van de algemene heffingskorting van € 99. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de aanslag verminderd.
De rechtbank had een getuigenaanbod van belanghebbende gepasseerd omdat de feiten niet in geschil waren en het bewijsaanbod onvoldoende gespecificeerd was. Het Hof bevestigde dit oordeel en wees erop dat bewijsaanbod tijdig en voldoende gespecificeerd moet worden gedaan. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 2.576 met inachtneming van een algemene heffingskorting van € 99.