ECLI:NL:GHAMS:2011:BR6682
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitleg Bad Leaver-bepaling in koopprijs aandelen bij beëindiging arbeidsovereenkomst vóór betaaldatum
In deze zaak stond de uitleg van een Bad Leaver-bepaling in een koopovereenkomst centraal. De commanditaire vennootschap Deutsche Post Selekt Mail Nederland C.V. en SW Post Beheer B.V. (SMN en SW Post) hadden aandelen verkocht aan Postbus 21 Beheer B.V. De koopprijs zou in termijnen worden betaald, met een laatste termijn op 2 januari 2009. De overeenkomst bevatte een Bad Leaver-bepaling die korting op deze laatste termijn mogelijk maakte als leden van het managementteam vóór 2 januari 2009 als Bad Leaver zouden vertrekken.
De leden van het managementteam, waaronder twee personen die na de overeenkomst bij SMN in dienst traden, zegden hun arbeidsovereenkomst op tegen 1 januari 2009. SMN hield daarom een bedrag in op de laatste termijn van de koopprijs, stellende dat de Bad Leaver-bepaling van toepassing was. Postbus 21 vorderde dit bedrag terug, stellende dat opzegging tegen 1 januari niet gelijkstaat aan vertrek vóór 2 januari 2009.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de taalkundige betekenis van de bepaling niet doorslaggevend is; redelijkheid en billijkheid spelen een essentiële rol. Omdat 1 januari een verplichte vrije dag is en banken dan gesloten zijn, is de betaaldatum 2 januari gekozen. Een opzegging tegen 1 januari betekent niet dat sprake is van een vertrek als Bad Leaver vóór 2 januari. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees de vordering van SMN en SW Post af, waarbij zij in de kosten van het hoger beroep werden veroordeeld.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de Bad Leaver-bepaling niet van toepassing is bij opzegging tegen 1 januari 2009 en wijst de vordering van SMN en SW Post af.