ECLI:NL:GHAMS:2011:BR6841
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Eigendomsgeschil bunkerrestant over twee percelen en afwijzing horizontale natrekking
In deze civiele zaak stond de vraag centraal wie eigenaar is van een bunkerrestant dat zich uitstrekt over twee aan elkaar grenzende percelen te Utrecht. De bunker, een restant uit de Tweede Wereldoorlog, is deels gelegen op het perceel van appellant en deels op dat van Stichting Utrechtse Corpshuizen (voorheen Stichting Bubo c.s.).
Appellant stelde zich op het standpunt dat hij eigenaar is van het bunkerdeel op zijn perceel vanwege verticale natrekking. Stichting Bubo c.s. voerde aan dat zij eigenaar was door horizontale natrekking of verkrijgende verjaring. De rechtbank had het beroep op horizontale natrekking gehonoreerd, maar het hof vernietigde dit oordeel.
Het hof overwoog dat het bunkerrestant niet verbonden is met andere bebouwing en dat het zwaartepunt van het bouwwerk niet op één perceel ligt. De functionele eenheid was door sloop verloren gegaan, en beide bunkerdelen hebben zelfstandige gebruikswaarde. Daarom is verticale splitsing van eigendom het meest aannemelijk. Het beroep op verkrijgende verjaring faalde omdat goede trouw ontbrak, mede doordat geen recht van opstal was gevestigd.
Het hof bepaalde dat het bunkerdeel op het perceel van appellant zijn eigendom is en het bunkerdeel op het andere perceel aan Stichting Utrechtse Corpshuizen toebehoort. Stichting Utrechtse Corpshuizen werd veroordeeld tot ontruiming en gedogen van het plaatsen van een afscheidingsmuur en voorzieningen door appellant. Tevens werd Stichting Utrechtse Corpshuizen veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat het bunkerdeel op appellant's perceel zijn eigendom is en veroordeelt Stichting Utrechtse Corpshuizen tot ontruiming en gedogen van voorzieningen.