ECLI:NL:GHAMS:2011:BT7247
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geldigheid vaststellingsovereenkomst effectenlease ondanks restschuld en vergunningseis
Appellant had met Dexia twee effectenleaseovereenkomsten gesloten die na afloop restschulden opleverden. Dexia deed een aanbod tot regeling van deze mogelijke restschulden, dat appellant aanvaardde door een aanmeldformulier te ondertekenen en te retourneren.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij zich niet definitief had willen binden en dat de leaseovereenkomsten nietig waren wegens schending van het vergunningvoorschrift van de Wet op het consumentenkrediet. Ook voerde hij dwaling en misbruik van omstandigheden aan om de vaststellingsovereenkomst aan te vechten.
Het hof oordeelde dat de aanvaarding van het aanbod door appellant rechtsgeldig was, dat het vergunningvoorschrift niet van toepassing was op deze leaseovereenkomsten, en dat de vaststellingsovereenkomst los stond van de leaseovereenkomsten. Het beroep op dwaling en misbruik van omstandigheden faalde eveneens.
De vorderingen van appellant werden afgewezen en de vordering van Dexia tot betaling van de restschulden toegewezen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellant af, met veroordeling in de kosten van het hoger beroep.