ECLI:NL:GHAMS:2011:BT7311
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.J. Leijdekker
- F.J.P.M. Haas
- E. van Waaijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag loonbelasting bij ontbreken tijdige loonbelastingverklaringen
Belanghebbende, een aannemersbedrijf, voerde in hoger beroep aan dat de naheffingsaanslag loonbelasting over de jaren 2003 tot en met 2005 onterecht was opgelegd omdat hij na het boekenonderzoek alsnog loonbelastingverklaringen had overgelegd. De inspecteur had het anoniementarief toegepast wegens het ontbreken van tijdig ingeleverde loonbelastingverklaringen, wat leidde tot een naheffingsaanslag en boetes.
De rechtbank had reeds geoordeeld dat de inspecteur terecht het anoniementarief toepaste omdat de loonbelastingverklaringen niet voor de eerste loonbetaling aanwezig waren, zoals vereist in artikel 65 van Pro de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Het Hof onderschrijft dit oordeel en voegt toe dat de minister in artikel 65 geen Pro verdergaande eisen stelt dan artikel 28 van Pro de Wet LB toestaat.
Belanghebbendes beroep dat de inspecteur had moeten wachten met naheffen tot het einde van de naheffingstermijn faalt, omdat de inspecteur op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen bevoegd is om binnen vijf jaar na het kalenderjaar van de belastingschuld naheffing te verrichten. Ook het argument dat de naheffing niet had mogen plaatsvinden omdat werknemers hun loonbestanddeel mogelijk in de inkomstenbelasting hadden opgegeven, wordt verworpen.
Het Hof bevestigt voorts dat de naheffingsaanslag terecht als eindheffing is opgelegd en dat belanghebbende niet slaagt in zijn betoog dat sprake is van willekeur of ongelijk beleid. De naheffingsaanslag en boetes blijven in stand en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de naheffingsaanslag en wijst het hoger beroep af wegens het niet tijdig overleggen van loonbelastingverklaringen.