ECLI:NL:GHAMS:2011:BT8369
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bijlsma
- J.P.F. Slijpen
- B. Emmerig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijk hoger beroep over navorderingsaanslag en vergrijpboete inkomstenbelasting 2005
Belanghebbende deed voor het jaar 2005 aangifte van een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 8.454, wat overeenkwam met zijn loon uit dienstbetrekking. De inspecteur stelde echter vast dat belanghebbende contant € 14.500 had betaald voor een motorboot, wat niet kon worden gefinancierd uit het opgegeven inkomen en spaartegoeden. Ondanks herhaalde verzoeken gaf belanghebbende geen toelichting op de herkomst van dit bedrag.
De inspecteur legde een navorderingsaanslag op met een belastbaar inkomen van € 22.954 en een vergrijpboete van 50% van het belastingbedrag. Belanghebbende maakte bezwaar en ging in beroep, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde vast dat belanghebbende opzettelijk onjuiste en onvolledige aangifte had gedaan, mede gelet op zijn strafrechtelijke veroordeling voor betrokkenheid bij criminele activiteiten.
Het hof verwierp de stelling van belanghebbende dat hij niet bekend was met de verzoeken om informatie en vond dat de inspecteur de schatting van het belastbaar inkomen redelijk had vastgesteld. Ook zag het hof geen aanleiding tot matiging van de boete. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag en boete blijven in stand.