ECLI:NL:GHAMS:2011:BU6148
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging effectenleaseovereenkomsten wegens tijdige vernietiging door echtgenote
In deze civiele zaak stond de geldigheid van effectenleaseovereenkomsten centraal die door de echtgenoot van appellante waren gesloten. Dexia stelde dat appellante al meer dan drie jaar voor 13 september 2005 van deze overeenkomsten op de hoogte was, waardoor haar vernietigingsbevoegdheid was verjaard. Ter bewijs hiervan werden zowel appellante als haar echtgenoot als getuigen gehoord.
Beide getuigen verklaarden dat de echtgenoot pas in 2004 voor het eerst met appellante over de leaseovereenkomsten sprak. Er was geen bewijs dat appellante eerder op de hoogte was. Dexia's stellingen berustten op veronderstellingen en speculaties die niet door getuigenverklaringen werden bevestigd.
Het hof oordeelde dat de vernietiging van de leaseovereenkomsten door appellante bij brief van 13 september 2005 rechtsgeldig was en dat Dexia in verzuim was vanaf 18 oktober 2005. Dexia werd veroordeeld tot terugbetaling van onverschuldigde betalingen met wettelijke rente en tot het doorhalen van een BKR-registratie. Tevens werden proceskosten toegewezen aan appellante.
Uitkomst: De effectenleaseovereenkomsten zijn rechtsgeldig vernietigd en Dexia is veroordeeld tot terugbetaling met rente en doorhaling BKR-registratie.