ECLI:NL:GHAMS:2011:BU6774
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over effectenlease en vernietigingsovereenkomsten na overlijden echtgenote
In deze zaak is in hoger beroep geoordeeld over de geldigheid van effectenleaseovereenkomsten die [appellant] in 2000 en 2001 sloot met Dexia. Na het overlijden van zijn echtgenote [X] in 2003, vorderden de erfgenamen vernietiging van deze overeenkomsten. Tevens werd de nietigheid van een aanvullende Overeenkomst Dexia Aanbod betwist wegens schending van bijzondere zorgplicht, dwaling en misbruik van omstandigheden.
Het hof oordeelde dat noch de echtgenoot noch de volwassen kinderen een door de wet beschermd belang hebben bij vernietiging van de leaseovereenkomsten. De bevoegdheid tot vernietiging is wel overgegaan op de erfgenamen, maar alleen indien zij deel uitmaakten van het huishouden en afhankelijk waren van het gezinsinkomen, wat niet is gesteld of gebleken.
Verder verwierp het hof de stellingen van dwaling en misbruik van omstandigheden rondom de Overeenkomst Dexia Aanbod. De informatievoorziening door Dexia was voldoende en de contractuele bepalingen duidelijk. Ook het ontbreken van een Wck-vergunning gaf geen grond tot vernietiging. Het hoger beroep werd afgewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.