Uitspraak
mr. C.J. Jager, kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. G.C. Vergouwenen
mr. S.J.T. ten Have, kantoorhoudende te Eindhoven.
1. Het verloop van het geding
2 De feiten
Artikel 3
de praktijk” aan CenE Bankiers verpand. Op 7 april 2009 heeft CenE Bankiers de rekening courantfaciliteit van Leidsestraat Apotheek op verzoek van FAH c.s. tijdelijk verhoogd naar € 600.000.
allonge”, behorende bij de in 2.6 bedoelde overeenkomsten van geldlening van 22 januari 2008, ondertekend waarin is overeengekomen dat de ten behoeve van voornoemde geldleningovereenkomst gestelde zekerheden komen te vervallen.
augustus 2011 rond 23.00 uur zag ik (…) een auto voor de apotheek aan de Prinsengracht kant stoppen. Ik ben samen met [D] naar buiten gelopen en zag een Seat auto staan. Ik zag ook een jongeman en vrouw staan. Wij herkenden beide personen als [C] en [H]. Wij zagen een kofferbak openstaan en zag dat [C] een blauwkleurige krat van de firma Brocacef groothandel (een farmaceutische) uit de kofferbak wilde pakken. (…) Direct hebben wij deze personen aangehouden en [G] heeft de politie gebeld welke [C] en [H] van ons hebben overgenomen.”
(…) de aanbetalingen voor Citopharma (…) zijn ontvangen van het rekeningnummer van [Apotheek] Leidsestraat (…)”.
salesmanagervan L’Oréal. Die verklaring houdt onder meer in:
[C] (…) laat weten de groeibonus over het jaar 2010 te verdelen onder citopharma en Leidsestraat. De verrekening vindt uiteindelijk plaats als een verrekening op openstanade posten van Citopharma. [L’Oréal heeft] meebetaald aan een verbouwing van apotheek Leidsestraat voor een bedrag van 17000€ (…)”.
1) veroordeling van [B] en [verzoekster] tot afgifte van de administratie van Leidsestraat Apotheek, 2) een verbod voor [B] en [verzoekster] om werkzaamheden te verrichten voor Leidsestraat Apotheek alsmede 3) een gebod voor [B] en [verzoekster] om alle handelingen te staken en gestaakt te houden die medewerkers en bestuurders van Leidsestraat Apotheek frustreren in de uitoefening van de werkzaamheden. De gevraagde voorzieningen zijn bij vonnis van 13 september 2011 geweigerd.
3.De gronden van de beslissing
farmaceutisch” gezag van [B] en interveniëren in de dagelijkse bedrijfsvoering, wat onacceptabel is aangezien [B] als gevestigd apotheker de eindverantwoordelijkheid draagt voor de apotheek, aldus steeds [verzoekster]. Voorts heeft [verzoekster] ter staving van haar stelling dat er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen aangevoerd dat:
- i) in de periode 2009 tot 2011 tegen de gemaakte afspraken in betalingen zijn verricht ter zake van management fees en aflossingen op leningen en rekening-courant vorderingen, terwijl de liquiditeitspositie van Leidsestraat Apotheek daar geen ruimte voor bood en andere schuldeisers niet volledig konden worden voldaan;
- ii) bij de verhoging van de kredietfaciliteit bij CenE Bankiers, de beëindiging van de kredietfaciliteit bij ABN Amro, de aanstelling van een nieuwe accountant en de beëindiging dan wel ontbinding van de managementovereenkomst met [verzoekster] is gehandeld in strijd met de statutaire bepalingen;
- iii) de activa van Leidsestraat Apotheek meerdere keren zijn verpand;
- iv) bestuursvergaderingen en algemene vergaderingen van aandeelhouders zijn gehouden zonder inachtneming van de toepasselijke formaliteiten;
- v) [B] de toegang tot het elektronisch bankierprogramma van Leidsestraat Apotheek is ontzegd.