ECLI:NL:GHAMS:2011:BU8200
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsovereenkomst na uitzendperiode ondanks voorwaarde Pre Employment Screening
De zaak betreft een geschil over de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst tussen ABN AMRO en de geïntimeerde, die aanvankelijk via een uitzendbureau werkzaam was. Na afloop van de uitzendovereenkomst bleef de geïntimeerde werkzaamheden verrichten voor ABN AMRO. Er was sprake van een voorwaarde voor indiensttreding, namelijk het verkrijgen van een positieve Pre Employment Screening (PES).
De kantonrechter had geoordeeld dat tussen partijen mondelinge wilsovereenstemming bestond dat de geïntimeerde in dienst zou treden van ABN AMRO zodra de PES positief was. Het hof bevestigt dit oordeel, stellende dat voldoende bewijs is geleverd dat de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 april 2008 is aangegaan. De verlengingen van de uitzendovereenkomst werden gedaan in afwachting van de PES, en de geïntimeerde heeft na het tonen van de PES verklaring werkzaamheden voortgezet.
ABN AMRO voerde onder meer aan dat de geïntimeerde niet bevoegd was om een arbeidsovereenkomst aan te gaan, dat de arbeidsvoorwaarden onvoldoende concreet waren en dat de geïntimeerde mogelijk disfunctioneerde. Het hof verwierp deze grieven vanwege onvoldoende onderbouwing en het feit dat de arbeidsvoorwaarden globaal waren besproken, maar voldoende vaststonden. Ook het argument dat de geïntimeerde urenstaten bleef invullen voor het uitzendbureau werd niet doorslaggevend geacht.
De conclusie is dat het hof de eerdere vonnissen bekrachtigt en ABN AMRO veroordeelt in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat per 1 april 2008 een arbeidsovereenkomst tussen ABN AMRO en de geïntimeerde is ontstaan en wijst de grieven van ABN AMRO af.