ECLI:NL:GHAMS:2011:BU8844
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vernietiging effectenleaseovereenkomst wegens ontbreken toestemming echtgenoot
Appellante is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de kantonrechter dat haar vordering tot vernietiging van een effectenleaseovereenkomst wegens ontbreken van haar toestemming als echtgenoot afwees. De leaseovereenkomst was door haar echtgenoot aangegaan zonder haar schriftelijke toestemming, terwijl dit op grond van artikel 1:88 BW Pro wel vereist was.
Appellante stelde dat zij pas in maart 2002, na een tv-uitzending, bekend was geworden met de leaseovereenkomst en dat haar bevoegdheid tot vernietiging daarom niet was verjaard. Dexia voerde aan dat de betalingen vanaf een gezamenlijke en/of-rekening werden gedaan, waarvan de afschriften ook aan appellante waren gericht, zodat zij eerder dan drie jaar voor de vernietiging bekend was met de overeenkomst.
Het hof overweegt dat de verjaringstermijn van drie jaar begint te lopen vanaf het moment dat appellante daadwerkelijk bekend werd met de overeenkomst. Dexia heeft voorshands aannemelijk gemaakt dat appellante meer dan drie jaar voor de vernietiging bekend was met de leaseovereenkomst, mede gelet op de gezamenlijke rekening en de bankafschriften.
Het hof staat appellante toe tegenbewijs te leveren door middel van getuigenverhoor. De beslissing wordt aangehouden totdat dit bewijs is geleverd. De zaak wordt verwezen naar een raadsheer-commissaris voor het houden van het getuigenverhoor.
Uitkomst: Het hof staat appellante toe tegenbewijs te leveren en houdt de beslissing aan tot na het getuigenverhoor.