ECLI:NL:GHAMS:2011:BU9333
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen gerechtvaardigd vertrouwen op te hoge pensioenuitkeringen en recht op verlaging
Appellant maakte aanspraak op het levenslang uitkeren van een ouderdomspensioen zoals aanvankelijk toegekend en betaalde pensioenuitkeringen, inclusief partnerpensioen en indexaties, met nabetaling vanaf februari 2008. De stichting pensioenfonds had echter vastgesteld dat de pensioenuitkeringen vanaf die datum te hoog waren berekend en verlaagde deze conform het pensioenreglement.
Appellant voerde aan dat hij gerechtvaardigd vertrouwen had op de eerdere mededelingen over de hoogte van zijn pensioen en dat de verlaging onaanvaardbaar was, mede omdat hij zijn financiële huishouding daarop had ingericht. Het hof stelde vast dat appellant niet concreet had aangetoond dat hij onomkeerbare financiële verplichtingen was aangegaan op basis van de foutieve informatie.
Het hof oordeelde dat de stichting gerechtigd was de pensioenuitkeringen te verlagen tot het juiste bedrag volgens de reglementen, omdat de foutieve mededelingen geen gerechtvaardigd vertrouwen schepten. Ook was er geen grond voor een overgangstermijn, aangezien appellant tijdig was geïnformeerd over de fout en de verlaging.
De vorderingen van appellant werden afgewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. Appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering tot het levenslang uitkeren van het oorspronkelijke pensioenbedrag af.