ECLI:NL:GHAMS:2011:BU9487
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding van kosten cannabis bij HIV-behandeling door zorgverzekeraar
De zaak betreft een HIV-patiënt die cannabis gebruikt om misselijkheid tegen te gaan, een bijwerking van zijn medicatie. Hij verzoekt de zorgverzekeraar IZZ om vergoeding van de kosten van cannabis die hij bij coffeeshops aanschaft. De verzekeraar wijst dit af omdat cannabis geen geregistreerd geneesmiddel is en niet onder rationele farmacotherapie valt.
De rechtbank wees de vorderingen van de patiënt af, en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof benadrukt dat de Zorgverzekeringswet dwingend voorschrijft welke prestaties verzekerd zijn, en cannabis valt daar niet onder. Ook de aanvullende verzekering biedt geen dekking voor cannabis.
Beroepen op de redelijkheid en billijkheid, gewekt vertrouwen of coulance worden door het hof afgewezen. Het hof onderkent het belang van de patiënt bij het gebruik van cannabis, maar oordeelt dat het aan de verzekeraar is om coulance te verlenen. Het beroep op bewijsaanbod wordt gepasseerd wegens onvoldoende concrete stellingen.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de zorgverzekeraar niet verplicht is de kosten van cannabis te vergoeden.