ECLI:NL:GHAMS:2011:BV0067
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ondernemerschap en schadevergoeding na niet-erkend ondernemerschap door inspecteur
Belanghebbende voerde aan dat de inspecteur onrechtmatig handelde door het ondernemerschap niet te erkennen, waardoor hij zijn onderneming moest staken en schade leed. De rechtbank vernietigde het besluit van de inspecteur en erkende het ondernemerschap, maar wees de schadevergoeding af wegens onvoldoende bewijs van causaliteit.
In hoger beroep bevestigde het Hof dat de activiteiten van belanghebbende een bron van inkomen vormen, gelet op de omzet en redelijke voordeelsverwachting, ondanks de negatieve resultaten. Het Hof oordeelde dat de inspecteur geen onrechtmatig handelen had gepleegd dat de staking van de onderneming veroorzaakte.
Het Hof concludeerde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat het besluit van de inspecteur hem redelijkerwijs noopte tot staking. Ook ontbrak bewijs dat hij onvoldoende middelen had om een korte periode van onzekerheid te overbruggen. Daarom werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de schadevergoeding wordt afgewezen.