ECLI:NL:GHAMS:2011:BV0529
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- O.B. Onnes
- J.P.F. Slijpen
- A.P.M. van Rijn
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde sportcomplex met toepassing DCF-methode en gecorrigeerde vervangingswaarde
Belanghebbende, eigenaar van een sportcomplex, stelde in hoger beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van het object per 1 januari 2003 dat de waarde op basis van de bedrijfswaarde met de discounted cashflow (DCF)-methode aanzienlijk lager moest worden vastgesteld, zelfs op een symbolisch bedrag van € 1. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde van € 2.309.000, waarna de rechtbank de waarde verlaagde naar € 1.916.673.
In hoger beroep heeft het Hof de waarderingsmethodiek en uitgangspunten van beide partijen beoordeeld. Het Hof oordeelde dat de DCF-berekeningen van belanghebbende onvoldoende aannemelijk waren vanwege onrealistische uitgangspunten, zoals het gebruik van financieringslasten en niet-marktconforme disconteringsrente. De door de heffingsambtenaar gebruikte DCF-methode met een disconteringsvoet van 8,5% en extrapolatie van cijfers tot 2002 werd als juist beschouwd.
Het Hof bevestigde dat de waarde in het economische verkeer leidend is, tenzij de gecorrigeerde vervangingswaarde hoger is. Omdat de waarde in het economische verkeer hoger was, bleef de gecorrigeerde vervangingswaarde buiten beschouwing. Het Hof verwierp ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en andere beginselen van behoorlijk bestuur wegens onvoldoende bewijs. Het incidenteel hoger beroep van de heffingsambtenaar werd niet-ontvankelijk verklaard. Tot slot stelde het Hof de proceskostenvergoeding vast op € 1.134,30, hoger dan door de rechtbank toegekend.
Uitkomst: De WOZ-waarde van het sportcomplex wordt bevestigd op € 1.916.673 en de proceskostenvergoeding verhoogd naar € 1.134,30.