ECLI:NL:GHAMS:2011:BV1616
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag inkomstenbelasting 2003 met gebruikelijk loon en interne compensatie
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de juistheid van de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2003 ter discussie. De inspecteur heeft op grond van artikel 12a Wet LB 1964 en artikel 3.81 Wet IB 2001 een gebruikelijk loon van €38.118 bij belanghebbende in aanmerking genomen. Belanghebbende was van 2001 tot medio 2003 gedetineerd en betwistte dat hij na detentie werkzaamheden voor de vennootschap Kwekerij B.V. heeft verricht.
De inspecteur stelde daarnaast dat belanghebbende resultaat uit overige werkzaamheden had genoten door het ter beschikking stellen van een onroerende zaak aan Kwekerij B.V., wat resulteerde in een interne compensatie van circa €21.740. Het Hof concludeerde dat belanghebbende na detentie vanaf mei 2003 werkzaamheden heeft verricht, mede gelet op ondertekende BTW-aangiften en feitelijke supervisie, en dat de interne compensatie terecht is toegepast.
Verder oordeelde het Hof dat het inkomen uit sparen en beleggen van €8.000 niet te hoog was vastgesteld. De rechtbank had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en het Hof bevestigt deze uitspraak met verbeterde gronden. De detentieperiode leidt slechts tot een tijdsevenredige vermindering van het gebruikelijk loon. De aanslag is daarmee terecht vastgesteld.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de aanslag inkomstenbelasting 2003 inclusief het gebruikelijk loon en interne compensatie.