ECLI:NL:GHAMS:2011:BV7208
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens onrechtmatig afbreken onderhandelingen arbeidsovereenkomst
In deze zaak stond centraal of tussen partijen een arbeidsovereenkomst tot stand was gekomen. Het hof oordeelde dat er geen overeenstemming was bereikt over het salaris, een essentieel onderdeel van de arbeidsovereenkomst, zodat deze niet tot stand kon worden aangenomen.
Het hof stelde vast dat partijen aanvankelijk onderhandelden over een participatieovereenkomst en dat de onderhandelingen over de arbeidsovereenkomst werden uitgesteld. Ondanks dat was er sprake van gerechtvaardigd vertrouwen bij appellant dat een arbeidsovereenkomst zou volgen, mede door gedragingen van geïntimeerde zoals het betrekken van appellant bij bedrijfsactiviteiten en het overhandigen van een overeenkomst zonder salarisinvulling.
Geïntimeerde mocht de onderhandelingen op 4 februari 2009 niet zomaar afbreken, omdat zij onvoldoende concrete feiten had gesteld die dit rechtvaardigden. Daarom oordeelde het hof dat geïntimeerde onrechtmatig had gehandeld door de onderhandelingen af te breken en veroordeelde haar tot betaling van een schadevergoeding van €75.000 bruto met wettelijke rente vanaf 21 juli 2009.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt. Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.
Uitkomst: Geïntimeerde is veroordeeld tot betaling van €75.000 bruto schadevergoeding wegens onrechtmatig afbreken van onderhandelingen.