ECLI:NL:GHAMS:2011:BV7363
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep arbeidsongeval met discussie over blijvende arbeidsongeschiktheid en zorgplicht werkgever
In deze zaak vordert een werknemer schadevergoeding van zijn werkgever wegens een arbeidsongeval met een zetbank op 12 mei 2004. De werknemer stelt dat hij blijvend arbeidsongeschikt is geworden en daardoor materiële en immateriële schade heeft geleden. De werkgever betwist dit en voert aan dat de werknemer het voetpedaal onoplettend heeft ingedrukt, dat de machine naar behoren functioneerde en dat zij haar zorgplicht is nagekomen.
De kantonrechter wees de vordering af, maar het hof oordeelt dat de werknemer niet zijn rechten heeft verwerkt door de late aansprakelijkstelling. Het hof stelt vast dat het op de werknemer rust om te bewijzen dat hij blijvend arbeidsongeschikt is geworden door het ongeval. Op basis van de huidige gegevens kan dit niet worden vastgesteld, maar ook niet worden uitgesloten. Daarom is nader deskundigenonderzoek noodzakelijk.
Het hof verwerpt het verweer van de werkgever dat sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Ook is geen sprake van schending van de zorgplicht door het ontbreken van een ongevalrapportage. De werkgever heeft aannemelijk gemaakt dat de zetbank goed functioneerde en dat de werknemer mondeling en specifiek is geïnstrueerd over de bediening. De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken en reactie van partijen.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat nader onderzoek naar blijvende arbeidsongeschiktheid nodig is en dat de werkgever haar zorgplicht niet heeft geschonden; de zaak wordt aangehouden.