ECLI:NL:GHAMS:2011:BV8925
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- A.D.R.M. Boumans
- J.P. Kruimel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen legesheffing bouwvergunning tweede fase bij bouw in eigen regie
Belanghebbende diende een aanvraag in voor een bouwvergunning tweede fase voor een veestalling met opslagloods, waarbij hij de bouwkosten op € 65.000 schatte en de bouw in eigen regie uitvoerde. De heffingsambtenaar stelde de bouwkosten echter vast op € 200.000, gebaseerd op een raming en gegevens van een hallenbouwer. Na bezwaar en beroep oordeelde de rechtbank dat de bouwkosten niet objectief waren vastgesteld en vernietigde het besluit.
In hoger beroep stelde het Hof vast dat de bouwkosten bij bouw in eigen regie moeten worden bepaald op de prijs die aan een derde in het economische verkeer zou worden betaald. De heffingsambtenaar had een offerte van een bouwbedrijf overgelegd van € 242.443,85, die als objectieve maatstaf kon dienen. Het Hof achtte de raming van € 200.000 niet te hoog en verwierp het beroep van belanghebbende dat de leges te hoog waren.
Het Hof overwoog dat overschrijding van de beslistermijn voor bezwaar geen recht geeft op vermindering van de leges en dat de proceskostenvergoeding door de rechtbank terecht was vastgesteld. De afwijking van de feitelijke bouw van de verleende vergunning en het feit dat belanghebbende de bouwkosten lager had geschat, deden niet af aan de juistheid van de legesheffing.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank behoudens de beslissing over griffierecht en proceskosten, verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de aanslag leges op basis van de objectief vastgestelde bouwkosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag leges voor de bouwvergunning tweede fase blijft in stand.