ECLI:NL:GHAMS:2011:BW7814
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.H. de Bock
- W.J. Noordhuizen
- C.C. Meijer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duur opstalrecht bij lager rendement dan 30% volgens notariële akte
In deze zaak draait het om de vraag of het opstalrecht, gevestigd bij notariële akte van 21 december 1995, eindigt zodra het rendement op het verhuurde perceel lager is dan 30% van de actuele grondwaarde, zoals in de akte is bepaald, of dat partijen een andere bedoeling hadden.
De akte verleent een eeuwigdurend opstalrecht met een duurbepaling die het recht beëindigt bij een rendement onder 30%. Na wijziging van de huurovereenkomst met Shell in 2003 stelde de hoofdgerechtigde dat het opstalrecht was geëindigd wegens een lager rendement. De opstaller betwistte dit en stelde dat partijen overeenkwamen dat het recht zou duren zolang een normaal, voor een benzinestation gebruikelijk rendement werd behaald.
Na eerdere procedures en een arrest van de Hoge Raad is de zaak terugverwezen naar het hof om te onderzoeken wat partijen redelijkerwijs met betrekking tot de duur van het opstalrecht zijn overeengekomen, volgens de Haviltex-maatstaf. Het hof wijst bewijslevering toe om vast te stellen of de bedoeling van partijen was dat het opstalrecht zou voortduren bij een normaal rendement, en beveelt een getuigenverhoor. Verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof wijst bewijslevering toe en houdt verdere beslissing aan om te onderzoeken of het opstalrecht bij een normaal rendement voortduurt.