ECLI:NL:GHAMS:2011:BX7316
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Werkgever niet aansprakelijk voor beëindiging arbeidsovereenkomst na schorsing en ontslag op staande voet
De werknemer trad in 1995 in dienst bij Merkenbureau en werd later statutair directeur. Er vonden onderhandelingen plaats over de overname van aandelen, die uiteindelijk mislukten. De werkgever schorste de werknemer vanwege zorgen over zijn functioneren en vermoedens van wanbeheer. De werknemer nam daarop ontslag op staande voet.
De werknemer vorderde schadevergoeding wegens onrechtmatige schorsing en beëindiging van het dienstverband. De rechtbank wees deze vorderingen af, stellende dat de schorsing gerechtvaardigd was en de werknemer andere rechtsmiddelen had kunnen aanwenden in plaats van ontslag te nemen.
In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel. De stelling dat de schorsing was ingegeven door het vastlopen van de onderhandelingen over aandelen was onvoldoende onderbouwd. De werkgever handelde niet onrechtmatig en de werknemer droeg zelf het risico van zijn ontslagkeuze. De vorderingen werden afgewezen, maar de wettelijke rente over een toegewezen bedrag werd alsnog toegewezen.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer tot schadevergoeding worden afgewezen; hij wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over een toegewezen bedrag.