ECLI:NL:GHAMS:2011:BX7858
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Betaling en schadevergoeding wegens loonconfectie tussen Lamand en Danny International
Lamand en Danny International zijn partijen in een loonconfectieovereenkomst waarbij Lamand stoffen van Danny International verwerkt tot kleding. Lamand leverde rokken en broeken, waarvoor zij facturen stuurde. Danny International betaalde deels, maar stelde dat de stoffen waren verkleurd en dat de broeken slecht waren genaaid, waardoor zij schade leed en stelde wanprestatie van Lamand.
In eerste aanleg oordeelde de rechtbank dat Danny International een deel van de schade mocht verrekenen met de vordering van Lamand en kende een deel schadevergoeding toe. Lamand ging in hoger beroep tegen deze uitspraken. Het hof oordeelde dat Danny International onvoldoende bewijs leverde dat de verkleuring aan Lamand toe te rekenen was en dat de klachten over de broeken niet tot schadevergoeding konden leiden omdat Danny International Lamand niet tijdig in verzuim had gesteld.
Het hof vernietigde het vonnis van 21 januari 2009, wees de reconventionele vordering van Danny International af en veroordeelde Danny International tot betaling van het restant van de factuur aan Lamand, vermeerderd met wettelijke rente. Tevens werd Danny International veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. Het hoger beroep tegen het vonnis van 20 augustus 2008 werd niet ontvankelijk verklaard.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige en voldoende onderbouwde klachten en bewijs bij wanprestatie en schadevergoeding in commerciële loonconfectieovereenkomsten.
Uitkomst: Danny International wordt veroordeeld tot betaling van €7.639,75 aan Lamand en de reconventionele vordering wordt afgewezen.