ECLI:NL:GHAMS:2011:CA0838
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat niet alle danslessen onder verlaagd btw-tarief vallen en terugwijzing voor nader onderzoek
Belanghebbende exploiteert een dansschool en heeft voor het tijdvak 1 juli 2007 tot en met 30 juni 2008 de omzetbelasting aangegeven tegen het verlaagde tarief van 6%. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op omdat niet alle danslessen volgens hem onder het verlaagde tarief vielen. De rechtbank oordeelde dat de vrijstelling voor personen jonger dan 21 jaar terecht was toegepast, maar dat nader onderzoek nodig was naar de verdeling van danslessen.
In hoger beroep stelt belanghebbende dat alle danslessen, inclusief die voor wedstrijddansen, onder het verlaagde tarief vallen. Het Hof volgt de rechtbank in het oordeel dat dansen in beginsel niet als sportbeoefening geldt, behalve voor bepaalde vormen zoals zumba en streetdance die vergelijkbaar zijn met actieve sportbeoefening. De overige danslessen, waaronder afdansen, vallen niet onder het verlaagde tarief.
Het Hof benadrukt dat belanghebbende onvoldoende heeft aangetoond dat alle danslessen voldoen aan de criteria voor het verlaagde tarief en bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank. De zaak wordt terugverwezen naar de inspecteur voor nadere vaststelling van de voorbelasting en de verdeling van danslessen in categorieën. De uitspraak is gedaan door het Hof Amsterdam op 15 december 2011.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat niet alle danslessen onder het verlaagde btw-tarief vallen en wijst de zaak terug naar de inspecteur voor nader onderzoek.