ECLI:NL:GHAMS:2012:2715

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 september 2012
Publicatiedatum
1 mei 2013
Zaaknummer
200.108.041-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 55 lid 1 RvArt. 63 lid 1 RvHaags Betekeningsverdrag 1965
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekverlening wegens niet verschijnen buitenlandse rechtspersoon in civiele zaak

In deze civiele zaak zijn appellanten in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam. De geïntimeerde, een buitenlandse rechtspersoon gevestigd in de Verenigde Staten, is niet verschenen bij het hof.

Er waren betwistingen over de juiste betekening van de appeldagvaarding. Hoewel de dagvaarding aan het parket van het Openbaar Ministerie was betekend en een poging was gedaan om de dagvaarding aan het buitenlandse adres te betekenen, was de geïntimeerde daar niet aangetroffen. Het toepasselijke Haags Betekeningsverdrag 1965 derogeert niet aan de Nederlandse regels, waardoor betekening aan het parket voldoende is.

Het hof heeft daarnaast een exploot betekend aan de advocaat van de geïntimeerde in eerste aanleg, die contact onderhoudt met de bedrijfsjurist van de geïntimeerde. Hierdoor gaat het hof ervan uit dat de dagvaarding de geïntimeerde heeft bereikt. Op grond hiervan is verstek verleend en is de zaak verwezen voor memorie van grieven.

Uitkomst: Het hof verleent verstek tegen de buitenlandse geïntimeerde en verwijst de zaak voor memorie van grieven.

Uitspraak

zaaknummer 200.108.041/01
11 september 2012
GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
ELFDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER
ARREST
in de zaak van:
1. [appellant sub 1],
wonende te[woonplaats],
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ISA B.V.,
gevestigd te Bussum,
APPELLANTEN,
advocaat:
mr. H.F.G. de Witte Almere,
t e g e n
de buitenlandse rechtspersoon
VISUAL NUMERICS INC.,
volgens de appeldagvaarding gevestigd te Houston, Texas,
Verenigde Staten van Amerika,
GEÏNTIMEERDE,
niet verschenen.

1.Het geding in hoger beroep

Bij dagvaarding van 24 februari 2012 zijn appellanten in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Amsterdam, sector kanton, locatie Hilversum, van
30 november 2011, in deze zaak tussen partijen gewezen onder kenmerk CV 10-2782. De zaak is ingeschreven op de rol van
12 juni 2012 van dit hof.
Bij rolbeslissing van 14 juni 2012 heeft de rolraadsheer gelegenheid gegeven tot het uitbrengen van een herstelexploot, bij voorkeur aan de procesadvocaat van de eerste aanleg. Bij herstelexploot van 20 juni 2012, uitgebracht aan het kantoor van mr. P.J.G.M. van Gool, die geïntimeerde in de eerste aanleg heeft vertegenwoordigd als procesadvocaat, is geïntimeerde opgeroepen om op 3 juli 2012 te verschijnen voor dit hof.
Bij rolbeslissing van 9 juli 2012 heeft de rolraadsheer mr. Van Gool verzocht zich uit te laten. Daarbij is op
6 augustus 2012 een brief van mr. Van Gool ingekomen en op 17 augustus 2012 een brief van mr. De Wit.

2.Beoordeling

2.1
Het exploot van de appeldagvaarding van 24 februari 2012 is gedaan aan het parket van de ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij dit hof. Voorts is volgens vermelding op de appeldagvaarding een afschrift bij aangetekend schrijven toegezonden aan geïntimeerde. De ambtenaar van het Openbaar Ministerie heeft de buitenlandse autoriteit op 7 maart 2012 verzocht een exemplaar van de appeldagvaarding te doen afgeven aan geïntimeerde. De buitenlandse autoriteit heeft bericht dat op 23 maart 2012 is getracht het exploot te betekenen aan het opgegeven adres, maar dat dit niet is gelukt, omdat geïntimeerde daar niet is aangetroffen ("is not located anywhere on the premises of this address").
2.2
Het toepasselijke Haags Betekeningsverdrag 1965 derogeert niet aan art. 55 lid 1 Rv Pro, zodat betekening dient te geschieden aan het parket van de ambtenaar van het Openbaar Ministerie, hetgeen ook tijdig is gebeurd. De omstandigheid dat de buitenlandse autoriteit heeft bericht dat geïntimeerde niet is aangetroffen op het opgegeven adres, wekt twijfel over de vraag of de dagvaarding geïntimeerde heeft bereikt, ook al is hetzelfde adres gebruikt als in de eerste aanleg. Daarom is op verzoek van de rolraadsheer een exploot betekend aan het kantooradres van mr. Van Gool. Deze is ingevolge art. 63 lid 1 Rv Pro gehouden te bevorderen dat het exploot de geïntimeerde tijdig bereikt (zie ook: HR 15 april 2011, NJ 2011, 369, rov. 2.3). Aangezien mr. Van Gool heeft bericht dat hij per
e-mail contact heeft met de bedrijfsjurist van het concern waartoe gedaagde behoort, moet mr. Van Gool geacht worden contact te kunnen hebben met geïntimeerde en gaat het hof ervan uit dat de dagvaarding geïntimeerde inmiddels heeft bereikt.
2.3
Het voorgaande brengt mee dat thans verstek dient te worden verleend.

3.Beslissing

Het hof:
verleent verstek tegen geïntimeerde;
verwijst de zaak naar de rol van 16 oktober 2012 voor memorie van grieven.
Dit arrest is gewezen door mrs. W.J.J. Los,
J.H. Huijzer en G.C.C. Lewin en in het openbaar door de rolraadsheer uitgesproken op 11 september 2012.