Uitspraak
mr. M.G. Jansente Haarlem,
mr. T.W. Jaburgte Amsterdam.
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
Doorbelasting telefoonkosten voor de jaren 2002 tot en met 2008 7 jaar, 2 personen, € 135 per maand”.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond centraal of vorderingen uit een rekening-courant verhouding tussen twee rechtspersonen, ontstaan voor een splitsing, verjaard waren en of erkenning van deze vorderingen had plaatsgevonden. Daarnaast werd een vordering tot vergoeding van telefoonkosten besproken, waarbij gebruik van een gemeenschappelijke telefoonlijn zonder betaling werd betwist.
De rechtbank had de vorderingen afgewezen wegens verjaring en onvoldoende onderbouwing van de telefoonkosten. Het hof bevestigde dat de vorderingen uit de rekening-courant zijn verjaard, omdat het saldo niet jaarlijks was vastgesteld en meegedeeld, en de vastlegging in de splitsingsakte geen erkenning jegens de schuldeiser inhield. Ook de brugstaat bood geen erkenning.
Ten aanzien van de telefoonkosten oordeelde het hof dat het verweer dat deze kosten waren verdisconteerd in algemene kosten onvoldoende was onderbouwd. Hoewel de primaire contractuele grondslag faalde wegens gebrek aan inzicht in de kosten, werd een beroep op ongerechtvaardigde verrijking gegrond verklaard. Het hof schatte de schade over de periode van 11 september 2004 tot 4 april 2005 op € 500,- en kende dit bedrag toe met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, wees de vordering deels toe en veroordeelde de appellant in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst een beperkte vordering toe voor telefoonkosten wegens ongerechtvaardigde verrijking en verklaart de vorderingen uit rekening-courant verjaard.