Uitspraak
mr. D.J.A. van den Bergte Den Haag,
mr. F.J. Schoutete Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
Mantje Bio-Fuels B.V. is eigenaar geworden van twee percelen grond op Texel met een beding in de leveringsakte dat verkoop van brandstoffen alleen toestaat via Rab Beheer B.V., een aan Rab gelieerde onderneming. Mantje vordert nietigverklaring van dit concurrentiebeding wegens strijd met de Mededingingswet.
Het hof stelt vast dat het beding de mededinging merkbaar beperkt doordat het potentiële concurrenten verhindert een tankstation te exploiteren op een commercieel zeer gunstige locatie. Rab handhaaft het beding om haar marktaandeel te beschermen. Het hof oordeelt dat het beding niet onder uitzonderingen valt en derhalve nietig is op grond van artikel 6 lid 1 Mededingingswet Pro.
De vordering tot wijziging van het beding wordt afgewezen, maar het arrest kan worden ingeschreven in de openbare registers. Mantje krijgt geen schadevergoeding toegewezen omdat Rab zich op haar rechten baseerde binnen een juridisch betwist kader. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en het concurrentiebeding uit 2008 wordt nietig verklaard.
Uitkomst: Het concurrentiebeding in de leveringsakte van 2008 is nietig wegens strijd met artikel 6 lid 1 Mededingingswet.