Uitspraak
Het geding in hoger beroep
De stukken van het geding
De ontvankelijkheid van het hoger beroep
De beslissing
Gerechtshof Amsterdam
Klager had een klacht ingediend tegen een notaris en deze werd door de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van toezicht als kennelijk ongegrond afgewezen. Klager stelde vervolgens hoger beroep in tegen deze beslissing. Het hof oordeelt dat op grond van artikel 99 lid 6 van Pro de Wet op het notarisambt alleen verzet mogelijk is tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter en dat hoger beroep niet ontvankelijk is.
De kamer van toezicht had het verzet van klager gegrond verklaard en de klacht gegrond bevonden, zonder oplegging van een tuchtrechtelijke maatregel. De klacht betrof het onrechtmatig declareren van kosten door de notaris aan klager, bedoeld om klager af te schrikken klachten in te dienen.
Het hof bevestigt dat de procedure voor bezwaar beperkt is tot verzet en verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door het hof te Amsterdam op 6 november 2012.
Uitkomst: Het hof verklaart klager niet ontvankelijk in hoger beroep tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter kamer toezicht notarissen.