Uitspraak
mr. J.A. de Swart,
Het geding in hoger beroep
De stukken van het geding
De feiten
Het standpunt van de KBvG
Het standpunt van de oud-kandiaat-gerechtsdeurwaarder
De beoordeling
De beslissing
Gerechtshof Amsterdam
De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) stelde een klacht in tegen een oud-kandidaat-gerechtsdeurwaarder wegens het niet behalen van het vereiste aantal opleidingspunten in de periode 2009-2010 en het niet volgen van een verplichte cursus Ethiek en Tuchtrecht.
De oud-kandidaat-gerechtsdeurwaarder was sinds 4 juni 2009 geen lid meer van de KBvG en had in de periode daarvoor naar rato onvoldoende studiepunten behaald. De KBvG voerde aan dat hierdoor sprake was van bevoordeling ten opzichte van andere leden en dat een boete passend was.
Het hof oordeelde dat noch de Verordening noch het Reglement een pro rato studie-eis bevat voor tussentijds uitgetreden leden. Tot het moment van ontslag kan niet worden vastgesteld dat de lid niet aan de scholingsverplichting heeft voldaan, omdat de tweejaarstermijn nog niet was verstreken. Het niet volgen van de cursus na het ontslag kon niet aan de regels worden getoetst. De klacht werd daarom ongegrond verklaard.
Daarnaast werd overwogen dat de oud-kandidaat-gerechtsdeurwaarder in de periode voor haar ontslag volledig arbeidsongeschikt was, wat eveneens een reden was om geen tuchtrechtelijk verwijt te maken.
Het hof bekrachtigde daarmee de eerdere beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders en verwierp de klacht van de KBvG.
Uitkomst: De klacht tegen de oud-kandidaat-gerechtsdeurwaarder wordt ongegrond verklaard en de bestreden beslissing bekrachtigd.