ECLI:NL:GHAMS:2012:BV2988
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid kosten ziekenbezoek zonder gezamenlijke huishouding
Belanghebbende maakte kosten voor het bezoeken van haar vader die meer dan een maand ziek was en in het ziekenhuis lag. Zij woonde echter niet op hetzelfde adres als haar ouders en voerde daardoor geen gezamenlijke huishouding met haar zieke vader bij aanvang van diens ziekte.
De inspecteur van de Belastingdienst weigerde de aftrek van deze kosten in de aangifte inkomstenbelasting over 2006 en 2007. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, omdat niet was voldaan aan het vereiste van gezamenlijke huishouding zoals voorgeschreven in artikel 6.17 lid 1 sub e Wet inkomstenbelasting 2001.
Belanghebbende voerde aan dat de Belastingtelefoon haar had geïnformeerd dat dergelijke kosten voor gezinsleden aftrekbaar zijn en beriep zich op het vertrouwensbeginsel. Het hof oordeelde dat deze algemene informatie geen individuele toezegging was en dat geen sprake was van schade als bedoeld in de jurisprudentie, zodat het vertrouwensbeginsel niet slaagde.
Het hof bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De uitspraak werd gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 26 januari 2012.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de kosten voor het bezoeken van de zieke vader niet aftrekbaar zijn wegens het ontbreken van gezamenlijke huishouding en wijst het hoger beroep af.