ECLI:NL:GHAMS:2012:BV9180
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake navordering belastingverlies film-CV wegens ontbreken onderneming
Belanghebbende had in 2000 deelgenomen aan een film-CV en een verlies uit onderneming opgegeven. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op omdat bleek dat de ingelegde gelden slechts werden rondgepompt en de CV geen onderneming dreef.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, maar het Hof vernietigt deze uitspraak. Het Hof stelt vast dat de CV’s geen films zelf produceerden maar kant-en-klare films bestelden, en dat de exploitatie niet voor rekening en risico van de CV’s geschiedde.
Het Hof oordeelt dat de ontdekking van de license agreements in 2004 een nieuw feit vormde dat navordering rechtvaardigt. Ook is vastgesteld dat de inspecteur niet ambtelijk heeft verzuimd, en dat de commanditaire vennoten geen winst uit onderneming genoten.
De conclusie is dat de navorderingsaanslag terecht is opgelegd en het beroep ongegrond moet worden verklaard. Tegen deze uitspraak staat cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslag wegens het ontbreken van ondernemerschap van de film-CV.