ECLI:NL:GHAMS:2012:BW2008
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.C.W. Rang
- M.M.M. Tillema
- E.J.H. Schrage
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens ontbreken exploitatievergunning
In deze zaak huurt appellant sinds 1999 een bedrijfsruimte bestemd voor exploitatie als bar/petit-restaurant. De huurovereenkomst bevat bepalingen die vereisen dat de huurder het gehuurde daadwerkelijk en overeenkomstig de bestemming gebruikt, met inachtneming van alle overheidsvergunningen.
Appellant heeft in november 2008 een verlenging van de exploitatievergunning aangevraagd, die in januari 2010 werd geweigerd. Tevens werd de drank- en horecawetvergunning ingetrokken vanwege slecht levensgedrag van appellant. Bezwaar en beroep tegen deze besluiten werden ongegrond verklaard, en de Raad van State bevestigde deze uitspraken.
De verhuurders vorderden ontbinding van de huurovereenkomst wegens niet-nakoming van de exploitatieverplichting. De kantonrechter ontbond de overeenkomst omdat appellant niet over de benodigde vergunningen beschikte en dus niet aan zijn contractuele verplichtingen kon voldoen. Appellant voerde in hoger beroep diverse grieven aan, waaronder dat de vergunningweigering onterecht was en dat de tekortkoming te gering was om ontbinding te rechtvaardigen.
Het hof verwierp alle grieven, overwegende dat het ontbreken van de vergunning een ernstige tekortkoming vormt die ontbinding rechtvaardigt. Ook het ontbreken van een terme de grace werd bevestigd omdat appellant geen belang had bij uitstel. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens het ontbreken van de noodzakelijke vergunningen, waardoor de huurder zijn exploitatieverplichting niet kan nakomen.